Dubbeltjeswoningen
De Dubbeltjespanden: het eerste bezit van De Key
HomeNieuwsVerleden, heden en toekomstFoto's Notulen BCDe BewonersDe KeyArena/OosterparkContact
Sloppen en Krotten
Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen
Dubbeltjespanden
Status Dubbeltjespanden
Plannen De Key
Buurttuin
De gezinnen
Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen

Dubbeltjeswoningen: eerste bezit De Key
Zedeloze arbeiders
Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen

De Dubbeltjeswoningen
Woningcorporaties
Woningwet

Zedeloze arbeiders
Eind negentiende eeuw was de overheid van mening dat de mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun huisvesting, maar zag men wel in dat door het leven in krotten ziekten als cholera en tyfus welig konden tieren. Overheden hadden echter weinig invloed hierop.
Vanuit de gegoede burgerij ontstonden particuliere initiatieven om de
woonomstandigheden van de minder gegoeden te verbeteren: niemand spoort arbeiders aan netter te leven en zelf gedragen ze zich zo zedeloos dat ze hun eigen erbarmelijke situatie veroorzaken, aldus deze burgers.

Morele aspecten speelden dus een grote rol bij de plannen. De notabelen dachten dat een eigen ingang goed zou zijn voor het gezinsleven. Ook moesten ouders en kinderen gescheiden kunnen slapen en er werden (vrouwelijke) opzichters aangesteld, die erop moesten toezien dat de de mensen op een nette manier in hun woning leefden. Verder was het belangrijk dat de woning voldoende licht en lucht toeliet en dat de gebruikte materialen de hygiëne bevorderden.
Een nieuwe of vernieuwde woning zou door haar vorm en inrichting een heilzame invloed
hebben op de bewoners, die eenmaal in zo'n omgeving levend zouden winnen aan
gezondheid, zelfrespect, arbeidszin enz. (C. Schade, pp.20).
Klik
hier voor een docu over de woonomstandigheden van arbeiders in de tijd van Wibaut

 

Help u zelven! Arbeiders aan het roer

Het verhaal van de Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen begint op een gure maandagavond -2 november 1868- in het lokaal de Zwaan op de Nieuwendijk. Daar nam “eene hier ter stede gevormde kommissie uit den arbeidende stand” het heft in eigen hand. Voortaan zouden zij “door onderlinge bijdragen gezonde en doelmatige arbeiderswoningen” laten bouwen, die op den duur eigendom van de huurders werden. Drommen werklieden hadden zich voor het veilinghuis verzameld. Ze moesten een stuiver betalen om binnen getuige te mogen zijn. Een houtzaagmolenaar las het reglement voor en daarna sprak het brein achter de oprichting – een boekdrukker die beslist niet in het bestuur wilde omdat hij zelf geen arbeider was. Zijn woorden “Helpt u zelven” werden met veel gejuich ontvangen.
Bron: Met het schietlood in de aanslag

De Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen was de eerste door arbeiders georganiseerde woningcorporatie. Dit werd al snel gevolgd door soortgelijke initiatieven in andere steden. Dankzij het feit dat de BVEW de oudste wortel aan de (fusie)stamboom vormt, kon woonstichting Lieven de Key in 2008 haar 140ste verjaardag vieren.

De oprichting van de BVEW gebeurde op initiatief van Klaas
Ris, van beroep houtzaagmolenaarsknecht, boekdrukker F.W. Vislaake, metselaar Jan Fortuin en boekhandelaar en uitgever van het Amsterdamsch Volksblad L.J.H. Brons Boldingh, gevestigd aan de Prinsengracht bij de Westerstraat, aan de rand van de Jordaan:

Voor de mannen van het Amsterdamsch Volksblad moet maandag 2 november 1868 een onvergetelijke triomfdag zijn geweest. Een halfjaar lang hadden zij hun best gedaan de lezers warm te maken voor hun plan, met vereende krachten een eind te maken aan de ellendige toestand van slechte, schaarse en te dure woningen.
Op 24 oktober waren de reglementen van de op te richten bouwmaatschappij in het Volksblad gepubliceerd, en daags tevoren was de bevolking van Amsterdam met aanplakbiljetten opgeroepen op maandagavond 2 november bijeen te komen.

De aanplakbiljetten trokken de aandacht van politie en publiek en de vergadering in lokaal De Zwaan op de Nieuwendijk werd dankzij alle ophef een daverend succes. Ruim 700 Amsterdammers, bijna allen werklieden, stroomden toe. Zij vulden de zaal en aangrenzende vertrekken, deden de grote binnenplaats vollopen en moesten voor een deel zelfs genoegen nemen met een staanplaats op straat. Binnen trad een bonte stoet sprekers op, van wie Vislaake opende en onder wie zich, naast enkele heren als de vrijmetselaar H. Zeeman en de drankbestrijdende geneesheer H. Fabius, ook werklieden bevonden als Klaas Ris, typograaf K.H. Guthschmidt van de ANTB en metselaar H.Trier uit de Jordaan.

In hun zelfbewust optreden school een deel van het succes van de Bouwmaatschappij: niet alleen de toekomstige woningen waren 'eigen', de coöperatie zelf was dat in hoge mate ook. Iedere steen en elke dakpan zouden het werk zijn van de vereende krachten van Amsterdamse werklieden zelf. Leden op wier aandeel in de loterij geen prijs zou vallen, zouden niettemin trots kunnen zijn op wat met hun hulp tot stand was gekomen.

Het ideaal van 'self-help' is achteraf wel afgedaan als een burgerlijk, liberaal beginsel. In deze jaren was 'Helpt U zelve' echter een parool dat, voor de vorming van een zelfbewuste arbeidersbeweging, niet in belang onderdeed voor het veelvuldiger aangehaalde 'Eendracht maakt macht'. Onder de vergaderden in lokaal De Zwaan sloeg het idee van zelfhulp in ieder geval goed aan. Zeven jaren later stond een der aanwezigen nog helder voor ogen hoe de stemming was geweest: 

In de opeengepakte menigte gingen lijsten rond, waarop kon worden ingetekend. De zaal was zo volgepakt dat men nergens rustig zijn naam had kunnen schrijven. De vergadering toonde zich evenwel ook in dezen vindingrijk: 'Men lag de lijsten op elkaars ruggen en schreef; luisterde onder het schrijven naar een korte maar krachtige rede, applaudisseerde en juichte... Men schreef, juichte, schreef...' 

Die eerste avond moeten tussen de 400 en 500 mensen juichend lid zijn geworden, maar daar bleef het niet bij. In de dagen die volgden, gaven nog eens honderden Amsterdammers zich op: op 17 november waren er al 1145 leden en in april 1869 zouden wel 2000 Amsterdamse werklieden bij de bouwcoöperatie aangesloten zijn geweest.

Aan een door de Amsterdamse politie ingesteld onderzoek is het te danken dat een uniek document betreffende de Bouwmaatschappij bewaard is gebleven. Op verzoek zond Brons Boldingh een exemplaar van de ledenlijst, die door hem op 11 november in druk was uitgegeven, aan de hoofdcommissaris: 24 pagina's met namen, adressen en beroepen.Op dat moment, nog maar negen dagen na de oprichting, telde de vereniging 926 leden.
 

De namen van Boldingh en Vislaake zelf waren er niet onder, zij hadden zich klaarblijkelijk niet verder willen mengen in de zelfhulp van anderen. Wel prijkt als vijfde naam op de lijst die van F.W. Wollring, nog maar anderhalf jaar oud. Die inschrijving moet het werk zijn geweest van grootvader Vislaake, naar wie de kleine Frederik Willem als eerstgeboren kleinkind was vernoemd.

De ledenlijst van de Bouwmaatschappij onthulde meer onderlinge relaties dan alleen dit roerend staaltje grootvaderlijke zorg. Klaas Ris had al zijn vrouwvolk mee ter vergadering genomen en zijn Anna Maria Lunden en hun dochters Neeltje, Margo en Heintje ondertekenden samen de ledenlijst. Menigeen bleek in groepsverband naar de Nieuwendijk te zijn getogen. Veel familienamen en huisadressen werden door meerdere leden gedeeld. Vaders schreven zich in met hun al dan niet volwassen zoons; broers werden samen lid; terwijl andere groepen leden als naaste buren, buurtgenoten of collega's herkenbaar zijn. Dat men in groepen naar de vergadering was gekomen en samen lid werd, is te zien aan de nummering van de ledenlijst, die correspondeert met de volgorde waarin men zich, met buurmans rug als lessenaar, had ingeschreven. Zo belandden hun namen keurig onder elkaar: de gebroeders Mellenberg, vader Schneider en zijn zonen, de groepjes korendragers, timmerlieden, koperslagers en de buren van Noorder-, Achter- en Zuider Zaagpad in de latere Pijp.

De eerste ledenlijst bood reeds een fraai overzicht van de Amsterdamse werkliedenwereld, althans van dat deel dat geloofde door vereniging en onderlinge samenwerking in de Bouwmaatschappij iets tot stand te kunnen brengen. Daartoe behoorden de Amsterdamse joden in ieder geval niet. Hoewel de woonellende er minstens zo groot was als in de 'christenbuurten', ontbraken bewoners van de Jodenhoek (joden zowel als niet-joden) vrijwel geheel onder de bijna duizend leden van de nieuwe coöperatie. De grootste groep leden huisde onmiskenbaar in de Jordaan, gevolgd door een kleiner, maar aanzienlijk aantal bewoners van de Oostelijke Eilanden en Kadijken.De beroepssamenstelling correspondeerde dan ook met de aard van de bevolking van deze twee volksbuurten. Uit de Jordaan kwamen grote aantallen bouwvakarbeiders (timmerlieden, metselaars, schilders), smeden, uit de vele hier gevestigde metaalbedrijfjes, en suikerbakkers van de raffinagefabrieken. De Oostelijke Eilanden werden vooral vertegenwoordigd door de legendarische Bijltjes uit de houten scheepsbouw en metaalarbeiders van de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen en andere machinefabrieken.

Het succes van de Bouwmaatschappij op de Eilanden was opmerkelijk, temeer daar het isolement ten opzichte van de rest van de stad er zeker niet onderdeed voor dat van de Jodenhoek. Het is waarschijnlijk Klaas Ris geweest die het eerste contact tot stand heeft gebracht. Zelf woonde en werkte Ris aan de zuidelijke rand van de stad, waar zich voorbij de Weteringbarrière de Zaagpaden als een half landelijk, half industrieel gebied uitstrekten. Zijn werkgever H.E. van Gelder had echter nog een tweede houtzagerij op Wittenburg. Waarschijnlijk kwam Ris daardoor beroepshalve regelmatig op de Eilanden, waar vooral hout werd gezaagd ten behoeve van de scheeps timmerlieden. Ris toonde zich in ieder geval goed ingevoerd in wat op de Eilanden speelde. Bron: Onvoltooid verleden

Het verenigingsdoel was simpelweg ‘het bouwen van arbeiderswoningen'. Ook had de BVEW, net als enkele andere corporaties uit die tijd, het doel voor ogen om de te bouwen woningen na de afschrijvingsperiode van twintig jaar over te laten gaan in het bezit van de bewoners. De bewoners zouden naast de huur nog een dubbeltje per week betalen voor het lidmaatschap van de vereniging. Bij overdracht zou nog vijfentwintig gulden betaald moeten worden. Het idee om via deze weg eigenaar te worden van een woning sprak velen aan. Op deze wijze kon de arbeider die lid was van deze corporatie met recht van zijn eigen woning zeggen: ‘dit is mijn schepping, mijn daad!' En dat zich met het verwerven van zijn woning en bij de oprichting en het besturen van ‘zijn' corporatie geen betuttelende notabelen hebben bemoeid.      

Naar boven

Dubbeltjeswoningen


Tussen 1870 en 1885 zijn aan de Mauritskade 29-54 in opdracht van de BVEW een aantal arbeiderswoningen
gebouwd: de Dubbeltjeswoningen, het eerste bezit van de BVEW. Deze panden zijn nu nog steeds eigendom van Woonstichting Lieven De Key en vormen het oudste bezit van de corporatie. Momenteel zijn ze in gebruik als sociale huurwoningen.

"Op 14 October 1870 werd de eerste paal geslagen en den 2den November d.a.v door den heer H. Zeeman de eerste steen gelegd. Dit geschiedde met veel plechtigheid en feestelijk vertoon. De steenlegger hield een toespraak. Verschillende autoriteiten, o.a. Burgemeester en Wethouders, waren er bij tegenwoordig, de stafmuziek der Schutterij luisterde de zaak op; terwijl 's avonds aan de leden een feest werd aangeboden in het Paleis voor Volksvlijt."
Bron: Gedenkboek 50-jarig bestaan BVEW, pp. 15

De panden danken hun naam aan de wijze waarop ze bekostigd werden: voor een kwartje inleggeld en iedere week een dubbeltje konden de leden eigenaar worden van hun woning.  
De realisering van die plannen ging echter moeizaam. Het bleek moeilijk om via de weg van een groot aantal ‘spaarders’ genoeg geld bij elkaar te krijgen voor de bouw van de woningen. Ook werd de vereniging geteisterd door bestuurlijke problemen. Het idee om de gereedgekomen woningen via een systeem van gewogen loting onder de ‘spaarders’ te verloten, geeft geregeld aanleiding tot meningsverschillen. Als de bewoners de woning hebben verkregen, mogen ze er nog steeds niet vrij over beschikken. Verkopen mag alleen aan de corporatie, uiteraard tegen een vastgestelde prijs. Verhuren mag ook alleen met toestemming van de corporatie.
Hoewel de leden toestroomden en de dubbeltjes zich begonnen op te stapelen, rolden de bestuurders al snel over straat, elkaar openlijk beschuldigend van fraude en diefstal.
De integriteit van Klaas Ris werd door niemand in twijfel getrokken, maar heel toevallig was het natuurlijk wel dat één van de eerste gereed gekomen woningen van de Bouwmaatschappij bij loting toeviel aan de familie
Ris ...  

Toch waren en bleven de leden van de Bouwmaatschappij ter verkrijging van Eigen Woningen onderling verbonden door de banden van buurt, werk en familie. Dat zou heel lang zo blijven. Nog bij het eeuwfeest van de Bouwmaatschappij in 1968 werd geconstateerd, dat heel veel werk door een paar families was verzet.

Naar boven

Motieven
De motieven van de initiatiefnemers van deze corporaties zijn divers. De notabelen van de Vereniging ten behoeve van de arbeidersklasse in Amsterdam zien het als hun morele plicht om  ten behoeve van de arbeiders datgene te regelen dat zij niet zelf voor elkaar kregen, namelijk toegang tot de kapitaalmarkt. Ondertussen worden ze er zelf ook niet slechter van. De BVEW richt zich meer op het versterken van de arbeidersklasse door bewoners uiteindelijk het eigendom van de woning te geven, weliswaar onder allerlei beperkende voorwaarden.


Het verbeteren van leefomstandigheden was natuurlijk ook de drijfveer achter de totstandkoming van de Woningwet in 1901. Alles was erop gericht om verkrotting tegen te gaan. Door de verkrotting daalde het woningbestand, terwijl tegelijkertijd de bevolking exponentieel toenam. Daarnaast was hygiëne een belangrijk aandachtspunt. Mensen moesten worden opgevoed in het goed gebruik van hun woning. Ook dat werd in de Woningwet geregeld. Wellicht nog belangrijker dan deze ingrepen, was dat de Woningwet het voor het eerst mogelijk maakte voor corporaties om via goedkope leningen te beschikken over voldoende kapitaal. In de periode voorafgaand aan de Woningwet is deze toegang geheel afhankelijk van kapitaalkrachtige notabelen. Dat beperkte de mogelijkheden van corporaties enorm. Met de Woningwet komen de corporaties opeens als paddestoelen uit de grond.De Woningwet maakte het voor corporaties mogelijk om via goedkope leningen te beschikken over voldoende kapitaal. In de periode voorafgaand aan de Woningwet is deze toegang geheel afhankelijk van kapitaalkrachtige notabelen. Dat beperkte de mogelijkheden van corporaties enorm. Bovendien konden gemeentelijke woningbedrijven worden opgericht, die zelf woningbouwprogramma's uitvoerden. Vooral in Amsterdam werd vanaf 1914 door het beleid van de SDAP-wethouders Wibaut en De Miranda een indrukwekkend programma van woning- en stedebouw verwezenlijkt. Amsterdam gold internationaal als het Mekka van de volkshuisvesting. 'Eerst als gij, architecten, iets voor den strijd der arbeidersklasse voelt, zult gij schoon kunnen bouwen en ook met liefde hun woonwijken ontwerpen', meende Keppler, directeur van de Amsterdamse Woningdienst in 1912.
Klik
hier voor een docu over de woonomstandigheden in de tijd van Wibaut, hier voor meer oude filmpjes en hier voor beelden 100 jaar woningwet.


BVEW en de woningwet
Tegen de tijd dat de woningwet werd ingevoerd, had de BVEW al 940 woningen gebouwd. Ontwerp en uitvoering werden binnenshuis uitgevoerd. Pas in 1908 huurde de maatschappij, die erg op haar onafhankelijkheid was gesteld, grond van de gemeente. Vanaf dat moment moesten zij ook aan de gemeentelijke eisen voldoen. Eigenlijk wilden zij zich niet binden aan de ideeën van de hervormers. Zij vroegen dan ook geen subsidies aan. Maar toen ze zich uiteindelijk tot  regeringshulp wendden, moesten zij de alkoven en keukens in de woonkamer achter zich laten, terwijl meer dan de helft van hun bezit bestond uit dergelijke woningen en de meeste leden hier ook de voorkeur aan gaven. De woningwet schreef echter voor dat wonen, koken en slapen in aparte ruimtes moesten komen. 

 




 
 

 

 


 






 

HomeNieuwsVerleden, heden en toekomstFoto's Notulen BCDe BewonersDe KeyArena/OosterparkContact